EEN UITGEVERIJ VOL STREKEN!

winkelwagen

Je hebt 0 artikelen in je winkelwagen.

Vul uw e-mail adres in om onze nieuwsbrief te ontvangen:

Je bent hier:

MEUBILAIR VAN TWENTSE BURGERS

Burgerlijk wonen tussen Dinkel en Regge in de achttiende eeuw

Product Opties

dr. E. Jans
2004
1
genaaid, grootfromaat, ills. In kleur en zw/w
120
9055121894
€22,50
In "Meubilair van Twentse burgers" onderzoekt Everhard Jans de materiële cultuur - de stoffelijke vormgeving van het dagelijks leven- van de gegoede burgers tussen Dinkel en Regge in de achttiende eeuw. Hierbij combineert hij twee totaal verschillende typen bronnen. Allereerst gaat hij uit van boedelbeschrijvingen, inventarissen van huisraad die voornamelijk werden opgemaakt wanneer een ouder van een gezin met minderjarige kinderen was overleden. De auteur gebruikt ze niet zozeer op een kwantitatieve wijze- door grote hoeveelheden lijsten met elkaar te vergelijken- maar op een kwalitatieve manier. De belangrijkste casus vormt het huishouden van weduwe Römers te Haaksbergen. Daarnaast zoekt hij in andere boedels de vroegste vermeldingen van nieuwe typen meubels.
Onder meer geïnspireerd door Petra Clarijs en door Helmut Ottenjann (de voormalige directeur van Museumsdorf Cloppenburg) heeft Everhard Jans zich echter tevens verdiept in de objecten zelf. In de collecties van het Historisch Museum Palthe Huis te Oldenzaal, het Stedelijk Museum te Zwolle, de Oudheidkamer Twente te Enschede, de Eungs Schöppe te Markelo, het Bussemakershuis te Borne en in vele andere streekmusea - evenals bij particulieren - trof Jans interessante achttiende-eeuwse meubelen aan. In diverse gevallen was de herkomstgeschiedenis -de pedigree- bekend en konden zij herleid worden tot specifieke vertegenwoordigers van de burgerij. Tevens heeft hij gelet op bouwkundige kenmerken van burgerhuizen, met name wat betreft vertrekkenindeling en geveldecoraties die immers veel verraden over smaak en zelfbewustzijn van de bewoners.
Een innovatief concept in dit boek vormt het inzicht dat de intensieve contacten met Amsterdam en andere Hollandse steden evenals met het Duitse achterland hun sporen in de Twentse burgerlijke materiële cultuur aantoonbaar hebben achtergelaten. De gezeten burgers volgden, op enige (temporele en stilistisch-kwalitatieve) afstand, de West-Nederlandse elitaire mode.
Terug